Overprikkeling bij baby’s is vaak geen gevolg van één druk moment. Meestal is het een optelsom van prikkels, vermoeidheid en spanning. Je baby laat vaak al eerder via kleine lichaamssignalen zien dat het te veel wordt.
Door signalen eerder te herkennen, prikkels te doseren en je baby te helpen reguleren, kun je vaak voorkomen dat de spanning steeds verder oploopt.
Wat is overprikkeling bij een baby?
Overprikkeling betekent dat het zenuwstelsel van je baby meer indrukken binnenkrijgt dan het op dat moment kan verwerken.
Baby’s hebben nog weinig mogelijkheden om prikkels te filteren. Licht, geluid, beweging, aanrakingen, geuren en nieuwe gezichten komen allemaal binnen. Ook spanning in de omgeving kan invloed hebben op hoe alert of onrustig een baby is.
Wat voor ons een gewone dag lijkt, kan voor een baby behoorlijk veel zijn.
Soms is er een duidelijke aanleiding. Bijvoorbeeld een druk verjaardagsfeestje, een dag met veel bezoek of een omgeving met veel geluid en beweging.
Maar vaak ontstaat overprikkeling geleidelijk.
Een baby heeft misschien net wat minder goed geslapen. Er zijn meerdere uitstapjes geweest. Er wordt veel van houding gewisseld. Er is bezoek. Ondertussen komt er steeds iets nieuws binnen.
Op een gegeven moment is de grens bereikt.
Voor jou kan het dan voelen alsof je baby ineens, zonder duidelijke reden, begint te huilen of heel onrustig wordt. Maar meestal waren er al eerder kleine signalen dat het systeem moeite had om alle indrukken te verwerken.
Hoe herken je overprikkeling bij een baby?
Overprikkeling begint vaak subtiel. Je ziet de eerste signalen meestal eerder in het lichaam en gedrag dan in hard huilen.
Iedere baby reageert anders. Dit zijn signalen die regelmatig voorkomen.
1. Je baby kijkt weg, staart of lijkt even afwezig
Je baby draait het hoofd weg, vermijdt oogcontact of lijkt ergens naar te staren.
Dat kan een manier zijn om even minder informatie binnen te krijgen. Je baby neemt als het ware afstand van wat er om hem of haar heen gebeurt.
2. Drinken verloopt ineens onrustig
Je baby laat steeds los, hapt opnieuw aan, draait het hoofd weg of lijkt tijdens het drinken niet goed tot rust te komen.
Drinken vraagt veel van een baby. Er moet tegelijk gezogen, geslikt en geademd worden. Als je baby moe, gespannen of overprikkeld raakt, kan dat lastiger worden.
Natuurlijk kan onrustig drinken ook andere oorzaken hebben. Kijk daarom altijd naar het hele plaatje.
3. Veel gapen, hikken of niezen
Deze signalen kunnen erop wijzen dat je baby moe is of dat het lichaam bezig is met het verwerken van spanning en prikkels.
Op zichzelf zegt één signaal weinig. Maar zie je meerdere signalen achter elkaar, bijvoorbeeld wegkijken, gapen en daarna onrustig bewegen? Dan kan het een teken zijn dat je baby een pauze nodig heeft.
4. Korte slaapjes en moe wakker worden
Sommige baby’s vallen na een drukke periode wel in slaap, maar slapen onrustig of worden snel weer wakker.
Het lichaam is dan moe, maar het zenuwstelsel blijft nog alert. Je baby lijkt vervolgens wakker te worden terwijl hij of zij eigenlijk nog niet uitgerust is.
5. Spanning in het lichaam
Je baby kan een hard of gespannen lijf hebben, zich overstrekken of een duidelijke spanning in de nek, schouders of rug laten zien.
Soms zie je ook veel maaien met armen en benen of juist een baby die heel stil en teruggetrokken wordt.
Overprikkeling ziet er dus niet bij iedere baby hetzelfde uit.
6. Plotseling hard huilen
Soms lijkt het alsof er ineens een knop omgaat.
Je baby was nog redelijk rustig en begint vervolgens intens te huilen. Vaak is dat niet het eerste signaal, maar het moment waarop de opgebouwde spanning te veel is geworden.
De bekende emmer is dan vol.
7. Je baby is alleen rustig bij één persoon, plek of houding
Sommige baby’s komen alleen tot rust bij mama of papa, tijdens het dragen, in een bepaalde houding of in een specifieke omgeving.
Dat hoeft niet te betekenen dat er iets mis is. Je baby kan een duidelijke voorkeur hebben voor datgene wat het lichaam helpt om te ontspannen.
Een bekende geur, een vertrouwde stem, ritmische beweging of lichamelijk contact kan helpen om weer tot rust te komen.
Waarom raakt een baby sneller overprikkeld?
Wanneer een baby veel prikkels binnenkrijgt, moet het zenuwstelsel al die informatie verwerken.
Lukt dat niet goed meer, dan kan je baby reageren met huilen, onrust, wegdraaien, spierspanning of juist stil en teruggetrokken worden.
Dat is geen gedrag dat je baby bewust kiest. Het lichaam reageert automatisch op wat er gebeurt.
Sommige baby’s zijn gevoeliger voor prikkels
Iedere baby is anders.
De ene baby lijkt overal doorheen te slapen en kan gemakkelijk mee op pad. Een andere baby heeft meer rust, voorspelbaarheid en hersteltijd nodig.
Dat betekent niet dat je baby zwak is of dat jij iets verkeerd doet. Het betekent vooral dat jouw baby misschien sneller aan de grens zit.
Een intensieve start kan invloed hebben
Ook de eerste ervaringen van een baby kunnen meespelen in hoe snel het zenuwstelsel reageert.
Denk bijvoorbeeld aan:
- een snelle of overweldigende geboorte
- een medische start
- ziekenhuisopnames of medische handelingen
- vroeggeboorte
- een periode waarin er veel scheiding was tussen ouder en baby
- een zwangerschap of geboorte met veel spanning
Dat betekent niet dat een moeilijke start automatisch leidt tot een overprikkelde baby. Maar het kan wel waardevol zijn om verder te kijken wanneer je merkt dat je baby snel alert, gespannen of ontroostbaar raakt.
Wanneer is een baby vooral overprikkeld?
Veel ouders merken dat hun baby aan het einde van de dag sneller onrustig wordt.
Dat is niet vreemd. Alle indrukken van de dag stapelen zich op.
Een baby die ’s ochtends een bezoekje goed lijkt te kunnen verwerken, kan in de namiddag ineens veel sneller huilen. Niet omdat dat ene moment te veel was, maar omdat er gedurende de dag al veel in het systeem is binnengekomen.
Ook veranderingen kunnen veel vragen.
Een druk weekend, een vakantie, veel bezoek, een nieuwe opvangsituatie of simpelweg een periode waarin er veel gebeurt, kan ervoor zorgen dat je baby tijdelijk sneller overprikkeld raakt.
Wat helpt bij een overprikkelde baby?
Je hoeft niet in een volledig prikkelvrije bubbel te leven.
Het gaat vooral om een goede balans tussen prikkels en herstel.
Prikkels verlagen, vooral als je baby al moe is
Kijk eens naar wat er in de omgeving gebeurt.
Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor:
- zachter en minder fel licht
- minder geluid op de achtergrond
- de televisie of muziek uit
- minder mensen tegelijk om je baby heen
- korter of rustiger bezoek
- minder wisselingen en overgangen
- één activiteit tegelijk
Vooral aan het einde van de dag kan het helpen om het tempo wat te verlagen.
Je baby helpen reguleren
Een baby kan zichzelf nog niet goed tot rust brengen. Daar heeft hij of zij jouw hulp bij nodig.
Dat noemen we co-regulatie. Je baby leunt als het ware op jouw aanwezigheid, stem, aanraking en ritme om weer te kunnen zakken.
Wat kan helpen:
- je baby rustig dragen
- huid-op-huidcontact
- een warme, stevige hand op de borst of buik
- rustige, ritmische beweging
- minder praten en minder afwisseling
- een vertrouwde stem of liedje
- zelf bewust vertragen
Juist jouw rustige aanwezigheid kan al verschil maken.
Geef je baby tijd om te herstellen van prikkels
Na een druk moment heeft een baby vaak tijd nodig om weer te landen.
Dat kun je bewust meenemen in je dag.
Bijvoorbeeld:
- na een boodschap eerst even rustig thuis zijn
- na bezoek geen nieuwe activiteit plannen
- na een drukke dag eerder beginnen met het bedritueel
- na een uitstapje kiezen voor een rustige omgeving
Soms begint een baby juist te huilen op het moment dat jullie weer thuis zijn en er eindelijk rust is.
Dat kan verwarrend zijn. Je denkt misschien: Maar nu is het toch rustig?
Toch kan het zijn dat je baby juist dan ruimte krijgt om te reageren op alles wat er eerder op de dag is gebeurd.
Wat als je baby vaak overprikkeld lijkt?
Als je baby regelmatig ontroostbaar is, slecht slaapt, veel spanning in het lichaam heeft of je het gevoel hebt dat je voortdurend aan het zoeken bent naar wat er nodig is, kan het helpen om verder te kijken.
Niet alleen naar wat er op dat moment gebeurt, maar ook naar patronen.
Wanneer ontstaat de onrust? Wat ging eraan vooraf? Hoe reageert je baby lichamelijk? Wat helpt wel en wat lijkt juist meer spanning te geven?
Soms zit de oplossing in meer rust en voorspelbaarheid. Maar soms merk je dat er iets diepers meespeelt en dat je baby moeilijk tot ontspanning komt, ondanks alles wat je al probeert.
Dan kan het waardevol zijn om samen te kijken naar wat jouw baby nodig heeft en wat er mogelijk onder de onrust ligt.
Hulp bij een overprikkelde of onrustige baby
Merk je dat je baby snel overprikkeld raakt, veel huilt of moeilijk tot rust komt? En heb je het gevoel dat je steeds van alles probeert, maar niet goed weet wat nu echt helpt?
Wil je je baby beter leren begrijpen?
Overprikkeling is vaak maar één stukje van het verhaal. Hoe beter je de signalen van je baby leert herkennen, hoe makkelijker het wordt om aan te voelen wat je baby nodig heeft.
In mijn gratis e-book ‘5 tips hoe je kind zich kan ontwikkelen tot een veerkrachtig mens’ deel ik praktische inzichten waarmee je vanaf de eerste periode kunt bijdragen aan meer veerkracht, vertrouwen en verbinding.
Download hier gratis het e-book.