Je kind doet iets wat je al honderd keer hebt meegemaakt.
Hij huilt, hij schreeuwt, hij weigert naar bed te gaan, hij klampt zich aan je vast.
En toch kan het ene moment veel meer met je doen dan het andere.
Je merkt dat je sneller geïrriteerd raakt. Je stem wordt harder. Je voelt spanning in je lichaam. Misschien wil je het gedrag zo snel mogelijk stoppen.
Terwijl je rationeel weet:
Mijn kind doet dit niet om mij dwars te zitten.
Waarom lukt het dan toch niet altijd om rustig te reageren? Omdat gedrag van je kind iets in jou kan triggeren.En dat gebeurt vaak sneller dan je bewust kunt nadenken.
Je reactie ontstaat niet alleen in het moment
Als ouder reageer je natuurlijk op wat je kind op dat moment doet. Maar je reactie wordt niet uitsluitend bepaald door het gedrag van je kind.
Ook je eigen geschiedenis, verwachtingen, stressniveau en overtuigingen spelen mee.
Onderzoek naar ouder-kindinteractie laat zien dat ouder en kind elkaar voortdurend beïnvloeden. De emoties en stressreacties van de één kunnen de ander beïnvloeden. Tegelijkertijd kan de reactie van het kind ook weer invloed hebben op de ouder.
Het is dus geen eenrichtingsverkeer.
Jij beïnvloedt je kind en je kind beïnvloedt jou.
Dat wordt ook wel wederzijdse regulatie genoemd.
En juist wanneer je eigen stresssysteem al onder druk staat, kan bepaald gedrag van je kind extra hard binnenkomen.
Wat is een trigger eigenlijk?
Een trigger is een situatie die een sterke emotionele of lichamelijke reactie oproept.
Dat kan iets zijn wat in het hier en nu gebeurt.
Maar soms lijkt je reactie groter dan de situatie zelf.
Je kind zegt bijvoorbeeld:
“Nee, ik wil niet!”
En jij voelt direct enorme irritatie.
Of je kind huilt en je voelt paniek.
Of je kind wil niet bij je weg en je voelt tegelijkertijd liefde én een sterke behoefte aan ruimte.
De situatie is misschien klein.
Maar je reactie voelt groot.
Dat betekent niet automatisch dat er een trauma onder zit.
Het kan wel betekenen dat deze situatie iets raakt wat voor jou belangrijk is.
Waarom gedrag van je kind zo’n sterke reactie kan oproepen
Bepaalde situaties zijn voor veel ouders lastig:
- langdurig huilen
- schreeuwen of gillen
- slaan of ander agressief gedrag
- eindeloze discussies
- niet luisteren
- weerstand bij eten, aankleden of slapen
- een kind dat voortdurend nabijheid vraagt
- het gevoel dat je geen moment voor jezelf hebt
Maar hetzelfde gedrag kan bij de ene ouder veel meer oproepen dan bij de andere.
Dat komt doordat we allemaal onze eigen ervaringen meenemen in het ouderschap.
Misschien heb jij vroeger geleerd dat boosheid niet welkom was.
Misschien moest je altijd flink zijn.
Misschien was er weinig ruimte voor jouw emoties.
Of misschien heb je juist heel sterk geleerd dat je de controle moet houden.
Wanneer je kind vervolgens boos, verdrietig of totaal overstuur is, kan dat onbewust iets bij jou activeren.
Je kiest op dat moment niet bewust voor die reactie. Je brein en zenuwstelsel reageren razendsnel op signalen die het als belangrijk of bedreigend herkennen.
Je brein reageert soms voordat je kunt nadenken
Wanneer je stress ervaart, verandert er iets in de manier waarop je reageert.
Je lichaam komt in een staat van paraatheid.
Je hartslag kan omhooggaan. Je ademhaling verandert. Je spieren spannen zich aan. Je aandacht vernauwt.
Je hebt op zo’n moment minder toegang tot rustig nadenken en bewust kiezen.
Daarom kun je soms iets zeggen waarvan je een minuut later denkt:
Dit had ik helemaal niet zo willen zeggen.
Je wist immers al wat je eigenlijk wilde doen.
Je kennis was er wel. Maar je stressreactie was sneller.
Dat is belangrijk om te begrijpen, omdat het betekent dat alleen weten wat je moet doen niet altijd voldoende is.
Het gedrag van je kind is niet het probleem
Dat betekent niet dat je het gedrag van je kind moet accepteren.
Grenzen blijven belangrijk.
Je mag zeggen:
“Ik laat me niet slaan.”
“Ik hoor dat je boos bent, maar we gaan nu wel naar bed.”
“Je hoeft het niet leuk te vinden. Ik help je erdoorheen.”
Het verschil zit in vanuit welke staat je die grens stelt.
Een grens vanuit paniek of woede klinkt anders dan een grens vanuit rust en stevigheid.
Daarom is het interessant om niet alleen te kijken naar:
Hoe krijg ik mijn kind zover dat hij anders gaat doen?
Maar ook naar:
Wat gebeurt er eigenlijk in míj wanneer mijn kind dit gedrag laat zien?
Van trigger naar keuze
Het doel is niet dat je nooit meer getriggerd wordt.
Dat is niet realistisch.
Alle ouders kunnen soms over hun grens gaan.
Het doel is dat je steeds eerder gaat herkennen wat er gebeurt.
Bijvoorbeeld:
Je kind schreeuwt → jij voelt spanning → je merkt dat je wilt schreeuwen → je herkent dit → je neemt een moment → je reageert anders.
Daar ontstaat ruimte.
Niet tussen je kind en zijn emotie, maar tussen de trigger en jouw reactie.
En juist die ruimte geeft je meer keuze.
Wat heeft dit met je eigen geschiedenis te maken?
Soms is de reactie die je vandaag hebt, verbonden met iets wat je eerder hebt geleerd of ervaren.
Dat hoeft geen grote of duidelijke gebeurtenis te zijn.
Het kan ook gaan om langdurige patronen:
Ik moet sterk zijn.
Ik mag geen fouten maken.
Ik moet controle houden.
Ik moet iedereen tevreden houden.
Boosheid is gevaarlijk.
Als iemand huilt, moet ik het oplossen.
Deze overtuigingen kunnen invloed hebben op hoe je situaties als ouder ervaart.
En soms merk je pas dat zo’n patroon bestaat wanneer je eigen kind precies dat gedrag laat zien dat jou raakt.
Waar NEI kan ondersteunen
Dit is ook waar ik in mijn werk met ouders naar kijk.
Met NEI onderzoek ik samen met een ouder welke onbewuste patronen mogelijk meespelen wanneer bepaalde situaties steeds opnieuw een sterke reactie oproepen.
Niet met als uitgangspunt dat de ouder de oorzaak is van het gedrag van het kind.
En ook niet om de ouder de schuld te geven.
Juist niet.
Het gaat om begrijpen.
Wat gebeurt er in jou? Wat raakt je? En welke oude spanning of overtuiging kan daar mogelijk onder liggen?
Door daar bewust naar te kijken, kan er meer ruimte ontstaan tussen wat je voelt en hoe je reageert.
En dat kan weer invloed hebben op de interactie met je kind.
Je hoeft geen perfecte ouder te zijn
Misschien is dat wel het belangrijkste om te onthouden.
Je hoeft niet altijd rustig te blijven.
Je wordt soms boos.
Je raakt soms overprikkeld.
Soms reageer je anders dan je had gewild.
Dat maakt je geen slechte ouder.
De kracht zit niet in nooit getriggerd worden.
De kracht zit in herkennen wat er gebeurt, verantwoordelijkheid nemen voor je reactie en steeds opnieuw herstellen.
Want ook dát leert je kind iets:
Dat emoties er mogen zijn.
Dat grenzen kunnen bestaan.
Dat een moeilijke situatie weer voorbijgaat.
En dat verbinding na een botsing opnieuw kan worden gevonden.
Word jij soms sterker geraakt door het gedrag van je kind dan je zou willen?
Dan kan het waardevol zijn om niet alleen naar je kind te kijken, maar ook naar jezelf.
Mijn gratis e-book ‘5 tips hoe je kind zich kan ontwikkelen tot een veerkrachtig mens’ helpt je om anders te kijken naar gedrag, emoties en wat er onder de oppervlakte kan spelen.
Download het e-book hier gratis.